Groep 6
Breuken
In groep 6 maken kinderen echt kennis met breuken. Ze hebben eerder al gehoord van 'de helft' en 'een kwart' — van een appel, een pizza, een uur — maar nu leren ze breuken opschrijven en ermee rekenen. Een breuk als drie-kwart heeft een teller (boven de streep) en een noemer (onder de streep). De noemer vertelt in hoeveel gelijke stukken het geheel is verdeeld, de teller hoeveel van die stukken je hebt.
Een belangrijke eerste stap is het optellen en aftrekken van gelijknamige breuken: breuken met dezelfde noemer. Twee-vijfde plus één-vijfde is drie-vijfde — de noemer blijft hetzelfde, alleen de tellers tel je op. Dat lijkt eenvoudig, maar juist daarom is het een goed startpunt: kinderen leren dat je bij breuken niet zomaar alles bij elkaar optelt. Een veelgemaakte fout is dat ze ook de noemers optellen. Door met plaatjes te werken — stukken van een taart of een reep — wordt zichtbaar waarom dat niet klopt.
Op deze pagina staan breuken netjes gestapeld, met de teller boven en de noemer onder een deelstreep, precies zoals je kind ze in het schrift schrijft — niet als '3/5', want dat is een deelsom. Je maakt werkbladen met gelijknamig optellen en aftrekken, en je kunt instellen of het antwoord vereenvoudigd moet worden, of dat een uitkomst 'over het hele getal heen' mag gaan (zoals vijf-kwart).
Breuken
Groep 6- 1.35 + 25=
- 2.13 + 13=
- 3.68 + 18=
- 4.510 + 510=
- 5.13 + 23=
- 6.19 + 89=
- 7.34 + 14=
- 8.38 + 28=
- 9.68 + 28=
- 10.15 + 45=
- 11.23 + 13=
- 12.29 + 49=
- 13.25 + 35=
- 14.14 + 14=
- 15.27 + 17=
- 16.45 + 15=
Antwoorden — Breuken
Groep 6- 1.35 + 25 = 55
- 2.13 + 13 = 23
- 3.68 + 18 = 78
- 4.510 + 510 = 1010
- 5.13 + 23 = 33
- 6.19 + 89 = 99
- 7.34 + 14 = 44
- 8.38 + 28 = 58
- 9.68 + 28 = 88
- 10.15 + 45 = 55
- 11.23 + 13 = 33
- 12.29 + 49 = 69
- 13.25 + 35 = 55
- 14.14 + 14 = 24
- 15.27 + 17 = 37
- 16.45 + 15 = 55